Restauratie - exterieur
Slijtage, gebrek aan onderhoud en een jarenlange
leegstand hadden ernstige bouwfysische schade toegebracht aan de delicate
architectuur van het Renaat Braem Huis. Het verval voltrok zich bovendien
op meerdere fronten en accelereerde alleen maar in tijd.
Na grondig onderzoek werd vastgesteld dat het betonskelet op meerdere plaatsen was aangetast door betonrot. Het ondergrondse niveau had te kampen met opstijgend en insijpelend vocht, en ook de dakterrassen bleken niet meer waterdicht, met een nefaste invloed op de humiditeitsgraad binnen het gebouw.
Het houtwerk van buitenschrijnwerk was zwaar
aangetast tot zelfs volledig weggerot, met verzakkingen in het metselwerk
als gevolg. Alle nutsleidingen en de verwarmingsinstallatie waren aan vervanging
toe, en een huiszwam had zich wijd vertakt in het interieur.
Een ingrijpende restauratie met noodzakelijke technische correcties drong zich op, waarbij een maximaal behoud van de authentieke bouwsubstantie en een rigoureus respect voor het oorspronkelijke uitzicht als absolute voorwaarde gold. Deze ging begin 2001 van start onder leiding van architecten Walter Slock en Willem Hulstaert (Afdeling Monumenten en Landschappen, vakafdeling Architectuur), bijgestaan door architectuurhistorici Jo Braeken en Tom Lenaerts (Afdeling Monumenten en Landschappen, Kenniscentrum) voor het bouwhistorisch vooronderzoek.

Als belangrijkste ingrepen werden vooropgesteld: het algehele herstel van het betonskelet en de gevelparementen, de waterwerende dichting van het ondergronds niveau, de vervanging van het buitenschrijnwerk mits recuperatie van het hang- en sluitwerk, en de vernieuwing van de dakterrassen